Een ogenblik geduld a.u.b.

Percentage eenzame inwoners neemt af, maar blijft groot

door Sebastiaan van Delft

Na een piek tijdens de coronapandemie is het percentage inwoners dat zich eenzaam voelt afgenomen, maar met name onder kwetsbare mensen blijft het hoog. Tegengaan van eenzaamheid is een collectieve verantwoordelijkheid die om blijvende aandacht vraagt. Dit blijkt uit een analyse van de Burgerpeiling van Mark Gremmen (onderzoeker bij VNG).

Kwetsbare bevolkingsgroep het meest eenzaam

Tussen 2018 en 2021 is het percentage mensen binnen de kwetsbare groep dat vaak eenzaamheid ervaart gestegen van 33% naar 59%, om daarna af te nemen. Maar nog steeds ervaart een kwart van deze bevolkingsgroep vaak gevoelens van eenzaamheid.

Opvallend is dat kwetsbaren vooral sociale steun krijgen van ‘compenseerders’, mensen die ondanks hun eigen lage welzijnsniveau en ervaren beperkingen zich inzetten voor anderen, soms ten koste van hun eigen sociaal leven of hun gezin. Deze overmatige belasting kan, zoals bij intensieve of langdurige mantelzorg, juist leiden tot sociale eenzaamheid. 60% van deze groep besteedt aandacht aan buurtgenoten in moeilijke situaties.

Voldoende sociale contacten

Over het algemeen geeft meer dan 75% van de inwoners aan dat ze voldoende sociale contacten hebben. Momenteel geeft de leeftijdsgroep jongvolwassenen relatief minder vaak aan voldoende contacten te hebben dan ouderen; 65% in vergelijking met 75% onder de 75-plussers. Het goede nieuws is dat sinds 2022 alle leeftijdsgroepen weer toename van het percentage van mensen die zich menen voldoende sociale contacten te hebben, laat zien. De langetermijntrend is eveneens positief, met een stijging van iets meer dan de helft in 2015 naar ruim driekwart in 2023.

Mentaal welzijn in crisis

De coronapandemie met zijn sociale beperkingen leidde tot een lichte stijging van het aandeel inwoners met ernstig angstige of sombere gevoelens, waarbij het percentage mensen dat deze mentale uitdagingen ervaart is gestegen van 3,5% naar 5,5%.

Jongvolwassenen begonnen de pandemie met een vergelijkbaar percentage als de algemene bevolking, maar in 2021 was dit aandeel gestegen naar 9%. Recente metingen tonen aan dat het niveau nog steeds hoog is, met een percentage van ruim 8%. Jongvolwassenen gaven tijdens de pandemie in relatief lagere mate aan te beschikken over voldoende sociale contacten. Lockdowns en fysieke afstandsmaatregelen beperkten persoonlijke sociale interacties juist voor deze groep sociaal actieven in hoge mate, wat het gevoel van eenzaamheid en isolatie vergrootte en tot meer angst en depressie leidde. Onder studenten werd deze omslag in het mentaal welzijn het sterkst gevoeld.

Voor de groep kwetsbaren zijn de ontwikkelingen zorgwekkend. Kort na de pandemie ervaart een op de vier personen in deze groep mentale uitdagingen, wat een aanzienlijke stijging is ten opzichte van de 11% in 2018. Recente metingen tonen aan dat de incidentie hoog blijft (26%).

Er bestaat een duidelijk verband met de ervaren gezondheidssituatie. In 2018 kampte eenderde van deze groep met gezondheidsproblemen, maar in 2021 was dat aantal gestegen tot meer dan de helft. Ook is het niveau van de ervaren (algehele) gezondheid afgenomen.

Daarnaast ervaart een op de vijf van de kwetsbare inwoners inmiddels sociale uitsluiting. Voor belangrijk deel hangt dit samen met beperkte(re) financiële middelen om volwaardig te participeren in de maatschappij. Bijna één op de vijf mensen geeft aan aanzienlijke moeilijkheden te ervaren bij het rondkomen.

Lees ook het artikel ‘Eenzaamheid in de schaduw van de Coronapandemie’

Dit nieuwsbericht is gebaseerd op de Burgerpeiling-analyse ‘Eenzaamheid in de schaduw van de Coronapandemie ’ (pdf) door Mark Gremmen (onderzoeker bij VNG). Bekijk ook de Leeswijzer hiervan (pdf). De gegevens van Burgerpeiling zijn te vinden op Waarstaatjegemeente.nl.

Meer informatie