Begrippen en definities Burgerpeiling
Aa en Hunze, geraadpleegd op 08-04-2020

Begrippen en definities Burgerpeiling

Aa en Hunze, geraadpleegd op 08-04-2020

Inleiding

In de benchmarkrapportage Burgerpeiling Waarstaatjegemeente.nl worden begrippen en samengestelde indicatoren gehanteerd die een nadere toelichting verdienen.

Inhoud

De onderwerpen die in de ondernemerspeiling aan de orde komen zijn:

  • Primaire begrippen
  • Secundaire begrippen

1. Primaire begrippen

Leefklimaat

Onder het leefklimaat verstaan we de kwaliteit van de woon- en leefomgeving, van de relaties en contacten met buurtbewoners en van de aanwezige voorzieningen in de nabije omgeving. M.a.w. de aantrekkelijkheid om in de buurt te leven. De (kwaliteit van de) leefomgeving heeft grote invloed op onze leefstijl, gezondheid en gevoel van veiligheid. Zo beïnvloeden sociale relaties onze gemoedstoestand en worden normen en waarden rondom gezondheid en welbevinden mede bepaald door onze sociale omgeving. Daarnaast stimuleert een veilige openbare ruimte met passende voorzieningen de mate van beweging en ontmoeting.

Buurt

De buurt is een ‘gebied’, of eerder een sociale omgeving dat door de bewoners als een bij elkaar horend geheel wordt ervaren en waaraan mensen een deel van hun identiteit en steun (kunnen) ontlenen. Wanneer aan die buurt of omgeving positieve gevoelswaarden worden verbonden is er sprake van buurttevredenheid.

Buurtgeoriënteerde participatie

Informele activiteiten die worden ondernomen door buurtbewoners met als doel de sociale en fysieke situatie in een buurt positief te beïnvloeden scharen we onder de term ‘buurtgeoriënteerde participatie’ of kortweg ‘buurtparticipatie’. Hieronder vallen activiteiten als inspanningen voor de leefbaarheid van de buurt, burenhulp, informele steun, naastenzorg en vrijwilligerswerk in de buurt. De factoren die van invloed zijn op het ontplooien van (eigen) initiatieven in de buurt zijn (een combinatie van) individuele variabelen, buurtvariabelen en buurtverbondenheid.

Vitaliteit en veerkracht

Elke buurt kent haar eigen unieke sociaaleconomische verbanden, sociaal kapitaal en betekenis voor een kansrijke toekomst. De betrokkenheid en verbondenheid van buurtbewoners geven een buurt vitaliteit en veerkracht. Met andere woorden: bewoners zijn hun buurt. Een vitale buurt staat voor een omgeving waarin mensen zich thuisvoelen, betrokken zijn bij elkaar, en voor elkaar klaar staan. Idealiter is het een veilige en verzorgde omgeving waarin mensen elkaar (willen) kennen, op elkaar letten en elkaar in eerste aanleg laagdrempelige hulp bieden waar nodig en mogelijk. Het begrip sociale veerkracht staat voor het vermogen om uitdagingen aan te gaan, maar ook voor participatie, collectieve redzaamheid en individueel welzijn.

Individueel welzijn

Een ‘normaal’ individueel welzijn betekent dat iemand nu en in de afzienbare toekomst vanuit zijn leefomgeving en lokale gemeenschap een leven kan leiden zoals hij zich dat wenst op het gebied van sociale relaties, werk, en verplaatsing. Voor veel mensen hangt het individueel welzijn samen met het vermogen deel te (blijven) nemen en bij te dragen aan de lokale gemeenschap en het maatschappelijk leven. De aanname is dat participatie in betekenisvolle activiteiten en contacten kan bijdragen aan het -ervaren- individueel welzijn van mensen en daarmee een middel is om een hogere kwaliteit van bestaan en tevredenheid van het leven te realiseren. Individueel welzijn heeft te maken met een aantal zekerheden, met veelbetekenende sociale verbanden en netwerken, met gezondheidsbeleving, en met de directe leefomgeving. Individueel welzijn is een subjectieve maatstaf voor het zelfstandig functioneren (zelfredzaamheid). Ook is het een randvoorwaarde voor volwaardig ‘burgerschap’ en meedoen in de samenleving (inclusie), waaronder betekenisvolle participatie en meer specifiek maatschappelijke inzet.

In de Burgerpeiling is individueel welzijn geoperationaliseerd aan de hand van de volgende parameters:

  • thuisvoelen in de buurt,
  • de algehele subjectieve gezondheid,
  • de ervaren lichamelijke/fysieke beperkingen,
  • de ervaren geestelijke en sociale beperkingen,
  • de ervaren eenzaamheid,
  • en de (verwachte) beschikbaarheid van sociale steun.

Betekenisvolle participatie

Participatie - het meedoen en bijdragen aan de maatschappij - vertegenwoordigt voor een persoon allerlei positieve aspecten zoals zingeving, zelfontplooiing, verbondenheid en sociaal contact. Maar participatie heeft in veel gevallen ook expliciete maatschappelijke relevantie en -baten. Onder betekenisvolle participatie verstaan we vormen van actieve participatie die van belang zijn voor het individu, én tot doel hebben anderen te helpen of bij te dragen aan de maatschappij. Het betreft hier de volgende verschijningsvormen:

  • betaalde arbeid,
  • opleiding,
  • (betekenisvolle) sociale contacten,
  • inzet voor de kwaliteit van de leefomgeving,
  • burenhulp,
  • sociale steun aan een buurtgenoot in een zorgwekkende situatie,
  • mantelzorg,
  • vrijwilligerswerk en
  • actieve deelname aan het verenigingsleven.

Positieve gezondheid

De term positieve gezondheid staat voor een brede kijk op gezondheid en welbevinden; de immateriele kant en de beleving van individueel welzijn. Hierin wordt gezondheid niet meer als een statische conditie beschouwd, maar als het dynamische vermogen van mensen om zich met veerkracht aan te passen, en zelf regie te voeren over hun welzijn. De hoofddimensies hierin zijn: lichamelijk en fysiek functioneren, geestelijk en sociaal functioneren, levenstevredenheid- & - levenszinvolheid, sociaal-maatschappelijke participatie en sociale steun en inclusie.

Vitaliteit van inwoners (typologie)

Een bredere of veelzijdigere participatie op terreinen die bijdragen aan de persoonlijke ontwikkeling, het welzijn van anderen of maatschappelijke doelen gaat samen met een hoger individueel welzijn en andersom. Uit onderzoek op basis van de Burgerpeiling van Waarstaatjegemeente.nl blijkt dat er een duidelijk verband bestaat tussen betekenisvolle participatie en individueel welzijn. Op basis van de score op de dimensies ‘betekenisvolle participatie’ en ‘individueel welzijn’ kan een typologie worden opgesteld van de weerbaarheid of vitaliteit van inwoners. Hierin zijn op basis van een beneden- of bovengemiddelde score op de twee dimensies de volgende latente vitaliteitstypen te herleiden:

  • Weerbaren: De groep omvat autonome en zelfredzame personen die zich bovengemiddeld inspant voor de leefomgeving, anderen en/of maatschappelijke doelen en een relatief hoge mate van individueel welzijn ervaart.
  • Buitenstaanders: De groep kent een smalle of eenzijdige inzet voor de maatschappij, maar ervaart een relatief hoog individueel welzijn. Onder de groep 'buitenstaanders' blijkt een groot verschil te bestaan tussen de daadwerkelijke inzet en de bereidheid om zich in te zetten voor onder meer de kwaliteit van de leefomgeving, burenhulp en vrijwilligerswerk.
  • Compenseerders: Ondanks hun relatief laag individueel welzijn zijn 'compenseerders' in hoge mate actief ten behoeve van de maatschappij. De groep spant zich bovenmatig in en loopt daarmee een verhoogd risico overbelast te geraken.
  • Kwetsbaren: De groep kent een smalle of eenzijdige betekenisvolle participatie en relatief laag individueel welzijn 'Kwetsbaren' ervaren in relatief hoge mate belemmeringen om volwaardig te kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven.

Binnen het type ‘kwetsbaren’ is ook een subtype gedefinieerd:inwoners in een potentieel ‘zorgwekkende’ situatie. Het betreft inwoners met een lage score op zowel betekenisvolle participatie als individueel welzijn. Deze (latente) groep verdient specifiek de aandacht in het welzijn- en zorgbeleid van de gemeente. Het gaat onder meer om: verweduwde 75-plussers, eenoudergezinnen met een laag inkomen, personen met een niet-westerse migratie achtergrond, overbelaste mantelzorgers, personen met een mentale of geestelijke uitdaging, personen met een meervoudige of samengestelde beperking, etc.

Inwoners in een zorgwekkende situatie beschikken niet over afdoende vermogen om zichzelf in het dagelijkse leven te redden en zelf regie te voeren in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen. Belangrijk kenmerk van de groep zorgwekkende inwoners is de opeenstapeling van beperkingen, waarbij er veelal serieuze uitdagingen bestaan om zonder wezenlijke emotionele en psychische belasting te kunnen functioneren in het maatschappelijk leven. Deze groep mensen dreigen de aansluiting met de samenleving te verliezen en kunnen eindigen in een neerwaartse spiraal met alle risico’s op sociaal-isolement en zorgmijdend gedrag van dien. Zorgwekkende inwoners beschikken vaak niet over mensen in de buurt om op terug te vallen.

II. Secundaire begrippen

Vitaliteit van de buurt

Fysieke leefomgevingskwaliteit (schaalscore)

De beleving van de fysieke leefomgevingskwaliteit van de gemeenschappelijke ruimte in de eigen buurt. Hieronder verstaan we de aanwezigheid van voldoende groen, het onderhoud van de groenvoorziening, de begaanbaarheid van trottoirs, straten en wegen en de afwezigheid van verloedering (buurt is 'heel' en 'schoon').

Vraagcodes: wl07_0, wl07_1,wl08_0,wl08_1, vz01_0

Voorzieningenniveau (schaalscore)

Het beschikbaar (kwalitatief) aanbod aan voorzieningen en diensten in de directe nabijheid die het welzijn van inwoners in de buurt ondersteunen. Toegankelijke en kwalitatief hoogwaardige voorzieningen zijn een belangrijke randvoorwaarde voor de ontwikkeling van de collectieve redzaamheid van inwoners, met name onder inwoners die fysieke beperkingen ervaren. Daarnaast dienen voorzieningen waaronder speelvoorzieningen en parken als ontmoetingsplaats. Als er in een buurt voldoende, aantrekkelijke, plekken zijn waar verschillende groepen elkaar vanzelfsprekend treffen, kan sociaal vertrouwen en familiariteit ontstaan en kunnen eventuele negatieve groepsbeelden doorbroken worden.

  • Winkels voor dagelijkse behoeften
  • Basisonderwijs
  • (Gezondheids-) zorgvoorzieningen
  • Welzijnsvoorzieningen
  • Speelvoorzieningen (kinderen tot 12 jaar)
  • Sportvoorzieningen
  • Openbaar vervoer

Vraagcodes: vz01_0, vz01_1, vz02_0,vz02_1, vz03_0, vz03_1, vz03_2, vz03_3, vz03_4

Sociale veiligheid (schaalscore)

Het begrip sociale veiligheid wordt gebruikt voor de veiligheidsbeleving van een individu onder invloed van menselijk handelen. Het gaat hier om de mate waarin men een veilig gevoel ervaart in de buurt en de afwezigheid van overlast door buurtbewoners en verkeer. Subjectieve sociale onveiligheid of het gevoel hebben dat het onveilig is door het handelen van mensen in de buurt, kan ervoor zorgen dat mensen worden belemmerd in hun sociale bezigheden

Vraagcodes: wl04,wl05,wl06

Verbondenheid van de buurt (schaalscore)

In dit onderzoek wordt de indicator ‘verbondenheid van de buurt’ of ‘buurtbinding’ gehanteerd als maatstaf voor de mate waarin bewoners zichzelf en anderen betrokken voelen bij, en gehecht voelen aan de buurt. In de maatstaf is verrekend in hoeverre bewoners zich thuisvoelen in de buurt, zich gehecht voelen aan de buurt als leefomgeving, en de mate waarin bewoners op een prettige manier met elkaar omgaan en voor elkaar klaarstaan. Een gevoel van buurtverbondenheid resulteert in de regel in een grotere kans om te participeren vanwege een gemeenschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel voor de omgeving.

Vraagcodes: wl02_0,wl02_1,wl03_0,wl03_1

Samenredzaamheid buurt (schaalscore)

De collectieve redzaamheid van een buurt; het vermogen van de lokale gemeenschap om zich eigenhandig in te zetten voor het welzijn van buurtgenoten, en een bijdrage te leveren aan de leefbaarheid van de buurt. Hierbij vormt de eigen kracht van (groepen van) individuen en hun sociale omgeving het uitgangspunt. Deze indicator vertegenwoordigd een beweging van onderop (intrinsieke behoefte), een solidariteitsgevoel, het bewustzijn dat men gezamenlijk verder komt (Empowerment). Sociale verbondenheid is een belangrijke randvoorwaarde voor collectieve redzaamheid.

Vraagcodes: wl03_1,wl11_0,wl12_0,wl13,zw06_1,zw10_1

Betrokken en oplossingsgericht (schaalscore)

Deze schaalscore geeft inzicht in de mate waarin de gemeente de waarden 'Betrokkenheid', 'Oplossingsgerichtheid' en 'Betrouwbaarheid' nastreeft en daarmee het vertrouwen wekt van inwoners. De schaalscore vertegenwoordigt in essentie de ervaren grondhouding van de gemeentelijke organisatie en haar medewerkers. De gemeente luistert actief naar haar inwoners, doet wat ze zegt, ziet toe op (uniforme) naleving van regels, en is in voorkomende gevallen af te wijken van algemeen beleid of voorschriften als dat nodig is om onbedoelde of ongewenste consequenties te voorkomen. De gemeente betrekt inwoners zoveel mogelijk bij de besluitvorming en de uitvoering en ondersteunt initiatieven van inwoners.

Vraagcodes: bo02_0,bo02_1,bo02_2,bo03_0,bo03_1,bo04_0, wl12_0, wl12_2

Individueel welzijn

Sociaal-economische status (schaalscore)

De sociaaleconomische status staat voor de maatschappelijke positie van mensen met het daaraan verbonden aanzien en participatiemogelijkheden. De achterliggende indicatoren voor sociaaleconomische status zijn opleidingsniveau, beroepsstatus, hoogte van het inkomen en ervaren financiële beperkingen.

Vraagcodes: ch03,ch04,ch06,zw01_4

Betekenisvolle sociale relaties (schaalscore)

Betekenisvolle relaties buiten werk, school of eigen huishouden zijn belangrijk voor het vormen van een breed sociaal netwerk en de mogelijkheden om terug te vallen op, of voor betekenis te zijn voor anderen. Idealiter betekenen dergelijke contacten dat uitsluiting, eenzaamheid en sociaal isolement worden voorkomen. De schaalscore 'betekenisvolle sociale relaties' geeft weer in hoeverre iemand beschikt over voldoende kwalitatieve sociale relaties en de kansen op het ontstaan van een zorgwekkende situatie (sociaal isolement).

Vraagcodes: zw03,zw04,zw01_5

Eenzaamheid

Eenzaamheid is het negatief ervaren verschil tussen de kwaliteit van de relaties die men onderhoudt en de relaties zoals men die voor zichzelf zou wensen. Met andere woorden: het gevoel dat de aanwezige contacten niet aan iemands behoefte voldoen. Eenzaamheid zit ‘in’ een persoon en is daardoor moeilijk waarneembaar voor buurtbewoners en buitenstaanders. Eenzaamheid is een sluimerend proces en verergert als de cirkel niet doorbroken wordt. Het probleem wordt daarmee gemakkelijk onderschat. Eenzaamheid is vooral een probleem voor mensen die het sterk of langdurig voelen. Eenzaamheid heeft in die gevallen een negatieve invloed op het psychisch en sociaal welbevinden van mensen. De daaruit voortvloeiende gezondheidsklachten maakt dat eenzame mensen vaker een beroep op de gezondheidszorg. Eenzaamheid heeft een negatieve invloed op participatie.

Sociaal isolement

Mensen die weinig sociale contacten hebben en zich daar eenzaam onder voelen worden ‘sociaal geïsoleerden’ genoemd. Hier komen een objectieve en een subjectieve factor samen: iemand heeft een klein sociaal netwerk en is eenzaam omdat hij ontevreden is over de kwaliteit of betekenis van dit sociaal netwerk. Bij sociaal isolement ontbreekt het mensen aan een ondersteunend netwerk van familie, vrienden en bekenden. Ze missen de persoonlijke relaties waar zij op terug kunnen vallen wanneer ze steun nodig hebben. Sociaal isolement is niet hetzelfde als eenzaamheid. Het kan wel samenvallen. Sociaal isolement is een situatie; eenzaamheid is een gevoel.

Subjectieve gezondheid en ervaren beperkingen

Gezondheid wordt in dit onderzoek gedefinieerd als het vermogen om zich aan te passen en regie te voeren in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven. Een randvoorwaarde voor maatschappelijke participatie is dat inwoners zelfstandig en zonder wezenlijke beperkingen kunnen functioneren. Een beperking is de -ervaren- vermindering van mogelijkheden ten aanzien van gedrag of activiteiten. Mensen met een beperking lopen aan tegen hun eigen uitdagingen, de eisen van hun omgeving, en een gebrek aan begrip, hulp en ondersteuning. Ze nemen minder deel aan de samenleving dan anderen en ervaren dit in meer of mindere mate in hun eigen gezondheid en individueel welzijn.

Eigen kracht (schaalscore)

De mate waarin een inwoner in staat is volwaardig deel te nemen aan het maatschappelijk leven en het eigen huishouden kan runnen onder afwezigheid van (matige of ernstige) uitdagingen op enerzijds het lichamelijke en fysiek functioneren (I) en anderzijds het geestelijk en sociaal functioneren (II). De schaalscore is een indicator voor het zelfstandig kunnen functioneren, de kansen om zelf regie te voeren over het leven en het volwaardig kunnen meedoen in het maatschappij (inclusie).

  • I.1 (algemene) lichamelijke gezondheid
  • I.2 fysiek functioneren (bewegen)
  • II.1 geestelijke gezondheid
  • II.2 taal / cultuur
  • II.3 financiën (laag inkomen)
  • II.4 gevoel 'er niet bij te horen' / 'niet thuis te voelen'
  • II.5 andere beperking

Vraagcodes: zw01_0,zw01_1,zw01_2,zw01_3,zw01_4,zw01_5,zw01_6

Maatschappelijke inzet (schaalscore)

Hieronder verstaan we de mate waarin een inwoner zich inzet voor de ‘dienende’ aspecten van betekenisvolle participatie (aandacht, (onder)steun(ing) en zorg geven). Deze vormen kennen een hoge lokale dimensie en veelal waardevolle bijdrage aan de (lokale) gemeenschap. Het gaat om de actieve deelname aan het verenigingsleven, de hulp aan buren, zorg voor hulpbehoevende naaste, sociale steun aan buurtgenoten, en inzet voor maatschappelijke doelen.

Vraagcodes: zw05_0,zw05_1,zw05_2,zw05_3,zw06_0,zw06_1,zw06_2,zw06_3

Bereidheid maatschappelijke inzet (schaalscore)

Aan de hand van deze schaalscore kan worden afgeleid in hoeverre inwoners in de nabije toekomst bereid zijn zich in te zetten voor de leefbaarheid en veiligheid van de buurt, burenhulp en vrijwilligerswerk.

Vraagcodes: zw06_1,zw13_9,zw13_10,wl14_wei,zw07_wei

Sociaal vangnet (schaalscore)

In het geval inwoners zelf hulp of zorg nodig heeft is het belangrijk dat men in eerste aanleg kan terugvallen op familie en vrienden. In de Burgerpeiling is specifiek ook gevraagd naar de (veronderstelde) mogelijkheden om op bewoners in de buurt terug te vallen als er onverhoopt problemen zijn of er een zorgwekkende situatie ontstaat. Een aanzienlijk deel van de gepercipieerde verbondenheid van de buurt en gevoel van geborgenheid hangt samen met de veronderstelde mogelijkheden om zelf te kunnen terugvallen op het eigen netwerk in de buurt.

Vraagcodes: zw10_0, zw10_1 zw10_2

Geluk, levenstevredenheid en zinvolheid

Onder geluk verstaan we bovenal dat we ons goed voelen. We willen vaak fijne emoties ervaren, zoals blij en energiek zijn. Daarentegen willen we juist weinig negatieve emoties ervaren, zoals eenzaam en bedroefd zijn. Ten tweede wordt met geluk bedoeld dat we tevreden zijn met ons leven, bijvoorbeeld met wat we bereikt hebben. Ten derde wordt met geluk bedoeld dat we een betekenisvol of zinvol leven leiden. Geluk wordt beschouwd als de combinatie van deze emotionele en meer cognitieve componenten (levenstevredenheid en zinvolheid). Het is een maat voor het subjectief welzijn.

Betekenisvolle maatschappelijke participatie

Burenhulp

Een vorm van burgerschap waar de gemeente in het transitieproces specifiek op aanstuurt, heeft betrekking op hulprelaties tussen buurtgenoten ‘achter de voordeur’. Burenhulprelaties handelen hoofdzakelijk om laagdrempelige en vrijblijvende –alledaagse- activiteiten in vriendschappelijke relaties onder invloed van fysieke nabijheid. De motieven om buren te helpen staan vaak los van de buurt als gemeenschap en hebben vooral te maken met de persoonlijke relatie die men heeft met de ander, de sociale afstand en het wederzijds vertrouwen.



Sociale steun aan buurtgenoot in zorgwekkende situatie

Van een zorgwekkende situatie is sprake als een persoon of gezin zich in een (ogenschijnlijk) uitzichtloze situatie bevindt waaruit men zich niet eigenhandig weet te redden. Het kan om uiteenlopende omstandigheden gaan zoals vereenzaming, zelfverwaarlozing, armoede, uitsluiting, huiselijk geweld of mishandeling. Gemeenschappelijk kenmerk in dergelijke situaties is dat de betreffende inwoner vaak hulp- of zorgmijdend is.

Zorg voor een hulpbehoevende naaste (mantelzorg)

Naastenzorg of mantelzorg betreft langdurige en vaak intensieve -niet-alledaagse- zorg voor een chronisch zieke, gehandicapte of andere hulpbehoevende, waarbij de zorgverlening direct voortvloeit uit een affectieve relatie. Naastenzorg overkomt je of ontstaat sluimerend; er is vaak geen expliciete keuze, in tegenstelling tot vrijwilligerszorg. Mantelzorgers vinden het verlenen van naastenzorg vanzelfsprekend of zeggen te zorgen vanuit liefde en genegenheid. Vooral mensen die zorgen voor hun partner of kinderen zien dit niet als mantelzorg (w.o. 75-plussers, mensen met een niet-westerse migratieachtergrond). Dit zorgt ervoor dat mensen zich moeilijk herkennen in de term mantelzorg. Doordat mantelzorgers vanwege hun zorgtaak minder tijd hebben om hun sociaal netwerk te onderhouden, hebben zij een verhoogd risico op vereenzaming. Dit geldt voornamelijk voor de langdurig zorgende mantelzorgers.

Vrijwilligerswerk

Vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties zijn van belang voor het realiseren van een maatschappelijk initiatief. Vrijwilligerswerk vindt plaats vanuit een intrinsieke motivatie in een georganiseerd verband waarbij op maat gesneden hulp of inzet op reguliere basis en zonder financiële vergoeding worden opgenomen, bijvoorbeeld in een sportvereniging, wijkcentrum, jeugdcentrum of de zorg. Vrijwilligerswerk is geen burenhulp, mantelzorg of professionele zorg. Via vrijwilligerswerk participeert een inwoner zelf in het maatschappelijk leven. Ook stimuleert de vrijwilliger zijn persoonlijke ontwikkeling en draagt hij veelal bij aan het ‘meedoen’ van anderen, waarvan niet in de laatste plaats een hulpbehoevende of kwetsbare medemens.

Stedelijkheid (referentieklasse)

Een maatstaf voor de concentratie van menselijke activiteiten gebaseerd op de gemiddelde omgevingsadressendichtheid (oad). Hierbij zijn vijf categorieën onderscheiden: - zeer sterk stedelijk: gemiddelde oad van 2500 of meer adressen per km2; - sterk stedelijk: gemiddelde oad van 1500 tot 2500 adressen per km2; - matig stedelijk: gemiddelde oad van 1000 tot 1500 adressen per km2; - weinig stedelijk: gemiddelde oad van 500 tot 1000 adressen per km2; - niet stedelijk: gemiddelde oad van minder dan 500 adressen per km2. In deze benchmarkrapportage wordt de gemeente Aa en Hunze vergeleken met niet stedelijk en 25.000 - 50.000 inwoners.

Welzijn en participatie (referentieklasse)

Deze typologie van gemeenten is speciaal voor de Burgerpeiling geconstueerd op basis van de Telos Duurzaamheidsbalans. Hierin is op de volgende aspecten een klasse-indeling tot stand gebracht: gezondheid, maatschappelijke participatie, economische participatie, woonomgeving, onderwijs en sociaal-cultureel kapitaal. Aan de hand van dimensiereductie- en clustertechnieken zijn op natuurlijke wijze groepen van gemeenten herleid die qua welzijnsprofiel in hoge mate overeenkomen. Deze typologie sluit nauw aan bij de onderwerpen van de Burgerpeiling.